Werken onder druk is als jongleren met brandende fakkels…
… ondanks de hitte en het risico moet je gefocust blijven en zorgen dat er niets valt.
Van leiders verwachten we dat ze tegen stress en druk kunnen. Het hoort nu eenmaal bij je rol om dat voor jezelf en het team goed te managen.
Maar stressgedrag uit zich bij iedereen weer anders. In ieder geval is het niet effectief, vermindert het productiviteit, creativiteit en oplossend vermogen. Bij jezelf en vooral bij je team.
𝗛𝗼𝗴𝗲 𝗱𝗿𝘂𝗸 𝗼𝗳 𝘀𝘁𝗿𝗲𝘀𝘀?
Iedereen ervaart druk weer anders. Wat voor de één als hoge druk of stress wordt ervaren, is voor de ander gezonde spanning of een fijne uitdaging.
𝗘𝗻 𝘄𝗮𝗮𝗿door 𝗿𝗮𝗸𝗲𝗻 𝘄𝗲 𝗱𝗮𝗻 𝗶𝗻 𝗱𝗲 𝘀𝘁𝗿𝗲𝘀𝘀? De reden daarvoor is voor iedereen anders.
Ik onderscheid daarin 4 belangrijke triggers:
– het gevoel van controle verlies
– het gevoel buitengesloten te worden
– het gevoel niet gewaardeerd worden
– het gevoel te moeten beslissen op basis van onvolledige informatie
Je bewust zijn van je eigen triggers, reactie en gedrag onder druk is van grote meerwaarde. Zeker in een tijd waarin alles vloeibaar is. En het ‘bijna’ normaal is om continu onder hoge druk te werken.
Ik kan wat hoekig worden als ik het overzicht verlies. Teveel op mijn bord heb. Dan word ik taakgericht. Heb ik minder oog voor de relatie met mensen om mij heen. Wat dan helpt is om even te vertragen. Te organiseren. Te delegeren. En vooral te blijven focussen op wat er al wél goed gaat.
𝗘𝗻 𝘄𝗮𝘁 𝗵𝗲𝗹𝗽𝘁 𝘃𝗼𝗼𝗿 𝗷𝗼𝘂? Ook daarin is er niet één juiste aanpak. We zijn tenslotte allemaal uniek.
Maar misschien herken je wel de behoefte om:
– snel te kunnen schakelen en te beslissen
– te manoevreren en geen gezichtsverlies op te lopen
– persoonlijk contact te maken en vertrouwen te herstellen
– zorgvuldig te analyseren en feedback te geven op het proces
Zo kom je weer in de positieve stand. En die is per definitie effectiever dan stressgedrag.
Als leider kun je echt het verschil maken tussen succes en falen. Door op een bewuste manier om te gaan met stress. Door het op tijd te herkennen en ernaar te handelen. Omdat je al hebt nagedacht over wat wél werkt.
En als collega kun je toegankelijk zijn en luisteren. Zodat anderen hun zorgen kunnen uiten. En kunnen aangeven wat ze nodig hebben om weer effectief te worden.